skip to Main Content

Vraag een sporter wat zijn grootste doel is, en dan zul je vaak als antwoord krijgen: deelnemen aan de Olympische Spelen. Gewoon al deelnemen is een doel op zich, zo veel aanzien heeft het evenement. Uitspreken dat je hoopt te winnen is eigenlijk te stoutmoedig, zo enorm zijn de Spelen. Lees verder voor de geschiedenis Olympische Spelen, ‘s werelds grootste sportfestijn, en ontdek hoe dat zo is ontstaan.

Geschiedenis Olympische Spelen

Geschiedenis Olympische Spelen

De Olympische Spelen zoals we die nu kennen vonden voor de eerste keer plaats in 1896. Maar de wortels gaan veel verder terug. De huidige versie noemen we ‘de moderne Olympische Spelen’; veel vroeger waren er de Olympische Spelen in de Klassieke Oudheid. In de plaats Olympia vonden elke vier jaar sportwedstrijden plaats ter ere van de oppergod Zeus, van wie werd gedacht dat hij heerste vanaf de berg Olympus.

Ruim 1000 jaar klassieke Olympische Spelen

De klassieke Spelen waren van 776 voor Christus tot 393 na Christus – dus dik duizend jaar. Toen werden ze verboden. Natuurlijk was het programma Olympische Spelen behoorlijk anders dan nu, en vooral gericht op sporten waar je weinig materiaal voor nodig hebt: hardlopen, boksen, paardrijden.

De eerste moderne Olympische Spelen in 1896

De Franse geschiedkundige en pedagoog Pierre de Coubertin was erg geïnteresseerd in de geschiedenis Olympische Spelen. Hij ging vanaf 1890 proberen om de Spelen nieuw leven in te blazen. Hij had daar nobele doelen bij, zoals het versterken van de internationale banden en de lichamelijke opvoeding van kinderen.

In 1894 werd het Internationaal Olympisch Comité opgericht, in Zwitserland, en de bal ging serieus rollen. Er werd besloten om in 1896 de eerste moderne Spelen te organiseren, en als locatie was er natuurlijk maar één keus: Griekenland.

Athene

Van 6 april tot en met 15 april 1896 waren er 241 atleten uit 14 landen verzameld in Athene. Ze deden mee aan in totaal 43 sportonderdelen, waaronder schermen, gewichtheffen, turnen, tennis en wielrennen. Het thuisland haalde de meeste plakken, al wisten de Verenigde Staten met de meeste gouden medailles thuis te keren. Nederlanders zul je niet ontdekken in de uitslagen: net als in België waren er geen atleten afgevaardigd.

De eerste Olympische Winterspelen

Sommige sporten kunnen niet bij hoge temperaturen worden georganiseerd, vandaar de logische naam wintersporten. En om beoefenaars van pakweg schaatsen en skiën ook de kans te geven om zich op het Olympische podium te presenteren, werd bij het Olympisch Congres in 1921 in Lausanne besloten om de Olympische Winterspelen te houden.

Mont Blanc 1924

In 1924 was het zover: het Franse Chamonix-Mont-Blanc, nabij Mont Blanc, was de gastheer van de eerste Winterspelen. Tot 1992 werden de Zomerspelen en Winterspelen in hetzelfde jaar gehouden, tot duidelijk werd dat het qua media-aandacht handiger is om ze te splitsen. Sindsdien volgen ze elkaar om de twee jaar op (de Winterspelen vonden daardoor in 1994 alweer plaats).

De eerste Paralympische Spelen

Ook voor atleten met een beperking kwam er een vierjaarlijkse krachtmeting: de Paralympische Spelen. De eerste editie was in 1960 te Rome. De ‘Paralympics’ vonden sindsdien binnen een maand na het afronden van de Olympische Zomerspelen plaats. Meestal op dezelfde locatie, maar dat was niet altijd zo: in bijvoorbeeld 1980 was Arnhem de plaats van handeling en niet Moskou. Vanaf 1988 was die synchronisatie wel altijd het geval en sinds 2012 is dat verplicht gesteld aan de organisator van de Zomerspelen.

Uitbreiding van het Olympische programma

Het aantal sporten en evenementen is tussen 1896 en nu enorm toegenomen. De allereerste moderne Zomerspelen bleven beperkt tot 10 sporten en die waren samen goed voor 43 evenementen (er werden dus 43 winnaars aangewezen). Vier jaar later, in 1900, was het aantal sporten al dik verdubbeld (21) en het aantal evenementen bijna (85). In 1908 kwam het aantal evenementen al boven de 100 uit (108) en in 1980 waren er meer dan 200 onderdelen waarop medailles gewonnen konden worden (203).

Medailles

Ergens wel jammer natuurlijk: hoe meer plakken er klaarliggen, hoe minder bijzonder een medaille wordt. Ook is het aantal disciplines per sport oneerlijk verdeeld. In pakweg het hockeytoernooi is er maar 1 toernooi per geslacht, dus maar 1 kans op een plak. Maar bij zwemmen is het aantal onderdelen niet meer te overzien en kan een en dezelfde atleet meerdere plakken pakken en dan hoog op oneerlijke lijstjes met ‘meeste medailles ooit’ eindigen.

IOC kiest de sporten en disciplines

In 2020 hadden de Olympische Spelen te Tokio plaats moeten vinden, maar die werden vanwege de pandemie verschoven naar 2021. Op het menu stonden 50 sporten en 339 evenementen. Het IOC beslist welke sporten en disciplines daarbinnen op het programma komen. Daarbij wordt gekeken naar de wereldwijde populariteit, oftewel of de sport op alle vijf continenten wordt beoefend op een hoog niveau. Bij de Winterspelen zijn de criteria minder streng, want het IOC snapt ook wel dat er geen levendige schaatscultuur hoeft te worden verwacht in Somalië en Brazilië.

Meest succesvolle landen in geschiedenis Olympische Spelen

Het helpt voor je medailletotaal dus enorm als je atleten afvaardigt die sporten beoefenen waarin op meerdere onderdelen medailles behaald kunnen worden. En twee andere, nog belangrijkere, factoren om plakken binnen te harken zijn erg logisch: een grote bevolking hebben en een hoog welvaartsniveau hebben. Een land als pakweg Nederland heeft nu eenmaal een meer ontwikkelde sportieve infrastructuur (sporthallen, competities, talentontwikkeling) dan Burundi.

Verenigde Staten voert medaillespiegel aan

Geen verrassing dus dat de Verenigde Staten qua Zomerspelen de eeuwige medaillespiegel aanvoert, met in totaal 2.521 plakken na de Zomerspelen van Rio. Sovjet-Unie, de voorloper van Rusland, is tweede met 1.010 stuks, Groot-Brittannië e met 848. China, Frankrijk, Italië, Duitsland, Hongarije, Rusland en DDR (Oost-Duitsland, wat dus niet meer bestaat) completeren de top 10.

Nederland staat 17e op de Zomerlijst met 86 keer goud, 92 keer zilver en 108 keer brons. Bij het opstellen van een medaillespiegel telt 1 gouden plak altijd meer dan hoeveel keer zilver of brons dan ook: 1 keer goud is meer waard dan 100 keer brons. In de Winterlijst staat Nederland tiende en is Noorwegen het succesvolst, gevolgd door de VS en Duitsland.

Atleet met de meeste Olympische medailles

Zwemmer Michael Phelps haalde tussen 2000 en 2016 28 plakken op, waarvan 23 goud. Het is dus een feit dat hij de meeste medailles won, maar dat maakt hem natuurlijk op geen enkele manier ‘de beste Olympische atleet ooit’, want er zijn krankjorum veel zwemonderdelen. Ireen Wüst is de grootste plakkenpakker in de geschiedenis Olympische Spelen van Nederland. De schaatsster won vijfmaal goud, vijfmaal zilver en een keer brons.

Back To Top